KOMPAN

Gemeenschappelijke basis, het speelterrein


Door Jeanette Fich Jespersen, MA, KOMPAN Play Institute, International Manager

Over de hele wereld proberen politici, gezondheidsonderzoekers en ouders iets te doen aan het simpele feit dat veel te veel kinderen overgewicht hebben. Dieetadviezen en gewichtstraining zijn enkele van de vele waardevolle initiatieven die gestart zijn om dit probleem te bekampen. Maar bij de speurtocht naar het verbeteren van de gezondheid van de kinderen, ziet men maar al te gauw het voor de hand liggende over het hoofd: Kinderen vinden het echt leuk om aktief te zijn! Als de kinderen een goed uitgerust speelterrein op de juiste lokatie wordt geboden, is het moeilijk om ze daar weg te houden. En het grote neveneffect van dit soort plezier is het feit dat ze onder het spelen energie verbranden.

 

De groenvoorzieningen en parken rondom ons zijn een paradijs voor de aktiviteiten van kinderen. Het enige dat vereist is is dat deze gebieden ingericht zijn met de kinderen in het achterhoofd. Over het algemeen is een lokatie dicht bij huis een vereiste opdat kinderen de buitenruimte mogen gebruiken. En het zijn niet alleen de kinderen die profiteren van het feit dat ze dichtbij een park of groenvoorziening wonen. Het is aangetoond dat hoe dichter mensen bij een park of groenvoorziening wonen, hoe meer ze beweging nemen. Als de groenvoorziening op minder dan 50m ligt, wordt het 3-4 keer per week gebruikt. Ligt het 300m ver, dan wordt het 2.7 keer per week gebruikt. Bovendien verminderen parken en groenvoorzieningen stress, voorkomen ziekte en zorgen voor een sneller herstel na ziekte. Dit alles toont aan dat kleine groene oases van groot belang zijn voor beweging en welzijn.

 

Een Australisch onderzoek toonde aan dat kinderen in de leeftijd van 8-12 jaar aanzienlijk meer bewogen als er een basketbal net aanwezig was in hun buurt. Dit rechttoe rechtaan toestel zorgde voor aanmoediging en verbetering van hun spel. Voor jongere kinderen, of voor kinderen met minder interesse voor sport, kunnen toestellen of speelterreinen spel en lichamelijke beweging aanmoedigen op dezelfde manier. In feite leveren activiteiten zoals klimmen, schommelen, balanceren en springen een belangrijke bijdrage aan het dagelijks uur fysieke beweging die nodig is om in minimale conditie te blijven. Met de juiste hoge intensiteit speeltoestellen, kan het speelterrein ook een leuke exercitie zijn voor kinderen.


Het plezier van vrij te spelen is fundamenteel voor kinderen. De VN Conventie van de Rechten van het Kind vermeldt dat kinderen gewoon recht hebben op spelen. En daarom hebben wij als volwassenen dus de plicht om dit recht te respecteren en de ruimte en mogelijkheden te creëren die kinderen nodig hebben om te spelen. Door het creëren van ruimtes waar kinderen van verschillende leeftijden kunnen spelen en waar veel verschillende aktiviteiten aangeboden worden zoals draaien, schommelen, klimmen, wippen en balspelen, zijn we al een heel eind op weg. Kinderen hebben een plek waar ze aktief kunnen zijn. En ouders hebben een plek waar ze hun kinderen veilig kunnen laten spelen - en misschien een plek waar ze zelf ook anderen kunnen ontmoeten. Bij lokale gebieden, waar kinderen en andere bewoners betrokken worden bij de invulling van deze speelterreinen, betekent dit dat zij een gevoel van eigenaarschap hebben over het speelterrein, welke dan een integraal onderdeel kan worden van de gemeenschap.

 

 

Feiten

• Overgewicht hebben wordt gedefinieerd als een BMI (Body Mass Index=Lichaamsmassa index) van meer dan 25 
• Het aantal kinderen in Europa met overgewicht wordt geschat toe te nemen met ongeveer 400,000 per jaar.
• In Europe kampen minstens 3 miljoen kinderen met ernstig overgewicht.
• Ongeveer 25% van de Europese kinderen hebben overgewicht.
• Kinderen die ofwel TV kijken of computer spelletjes spelen gedurende meer dan een uur per dag, lopen 3 keer zoveel risico om te behoren bij de 10% met het meeste overgewicht.


Bronnen:

The UN Convention on the Rights of the Child
http://www.unicef.org.uk/tz/resources/assets/pdf/what_rights_flyer_2002.pdf

Patrik Grahn and Ulrika A. Stigsdotter, 2003, Landscape planning and stress.
Urban Forestry & Urban Greening. Vol. 2, pp. 1-18

Where do we want to be? Paper no. 11, Supporting Documentation for
Blue Mountains Our Future, Chris Cunningham, 2002


 KOMPAN Play Institute, 2006
Copyright KOMPAN A/S